Alle berichten over Vlaamse Nieuwsmedia

Newsroom

  • Minister De Croo organiseert debat fake news

    2018-05-29

    Nadat enkele belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot fake news zich hebben voorgedaan op Europees vlak, zijn er ook vanuit Belgische hoek initiatieven ontstaan om de negatieve gevolgen van desinformatie tegen te gaan. Eerder maakte de Europese Commissie in een mededeling haar visie inzake het aanpakken van online desinformatie bekend. Kort daarna heeft ook Minister van Digitale Agenda Alexander De Croo opdracht gegeven om een expertengroep samen te stellen met academici en stakeholders die tegen 25 juni 2018 aanbevelingen over fake news zullen overmaken aan de minister met oog op het bepalen van een Belgisch standpunt. De minister pleit daarbij voor een evenwicht tussen het beschermen van de vrijheid van meningsuiting enerzijds en maatregelen tegen desinformatie anderzijds. Bovendien loopt er tot 31 mei 2018 een burgerbevraging om tot concrete voorstellen te komen voor de bestrijding van fake news via de website www.stopfakenews.be waarbij iedereen voorstellen kan formuleren en voorstellen van anderen kan beoordelen door deze te liken of juist niet te liken. Tot slot was er op 17 mei een publiek debat met topexperts in BeCentral. Vragen die hierbij werden gesteld waren hoe we fake news dienen te bestrijden, of er regulering nodig is om dit fenomeen aan te pakken en dienen online platformen aan zelfcensuur te doen? Dit debat vormt een drieluik, samen met de publieke consultatie en de expertengroep over fake news.

    In het debat met topexperts zetelden Alexander De Croo, Christian Van Thillo (CEO De Persgroep), Siada El Ramly (EU organisatie online platformen), Beatrice Delvaux (hoofdeditorialiste Le Soir) en Antoinette Rouvroy (Universiteit van Namen). Kortom een veelzijdig paneldebat met meningen uit verschillende invalshoeken.
    Ter inleiding werden de gevaren van fake news voor een democratie besproken. Fake news is van alle tijden maar door zijn razendsnelle verspreiding, het gebruik van algoritmen en de problematiek om de bron te achterhalen, maakt dat fake news zoals deze zich vandaag manifesteert, gevaarlijker is dan ooit. In een democratie kan dit dan ook catastrofaal zijn als niemand hiervoor verantwoordelijk wordt gesteld. Daarenboven schuilt er ook een gevaar voor de mediasector aangezien er geen duidelijk onderscheid meer is tussen kwaliteitsvolle journalistiek en artikels met een puur commercieel belang.

    Al snel kwam het veelbesproken incident rond Cambridge Analytica ter sprake (Cambridge Analytica was een privaat Brits-Amerikaans databedrijf dat datamining, data-analyse en direct marketing bundelde met strategische communicatie voor verkiezingscampagnes. Het consultingbedrijf heeft ondertussen een faillissementsprocedure aangevraagd). Sinds maart 2018 is aan het licht gekomen dat de dataverwerker misbruik maakte van de gegevens van miljoenen Facebookgebruikers. Cambridge Analytica had persoonlijkheidstesten ontwikkeld om data van gebruikers uit het sociaal netwerk te halen en verkocht het aan bedrijven en politieke partijen, die daardoor gerichte advertenties op Facebook konden plaatsen. Zo wordt beweerd dat gerichte propaganda werd verstuurd naar aanloop van het referendum over de Brexit en de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2016. Het gebruik van persoonlijke data die wordt verzameld zonder toestemming van gebruikers (en zelfs van hun vrienden die geen gebruiker zijn) roept ethische vragen en bedenkingen rond privacy op.

    Christian Van Thillo vindt het dan ook noodzakelijk dat er wetgeving komt die internetbedrijven zoals Google en Facebook verantwoordelijk, maakt voor de content die op hun platformen verschijnt. Zij aggregeren, cureren en publishen net zoals een uitgever waardoor zij geen zuiver technologisch bedrijf meer zijn maar hierdoor een redactionele verantwoordelijkheid hebben. “Dat de eigenaars van de mediaplatformen de dans ontspringen, is het grootste onrecht dat bestaat”, aldus Van Thillo.
    Platformen zijn tot op vandaag niet aansprakelijk voor de inhoud dat wordt geplaatst, tenzij voor enkele uitzonderingsgevallen zoals vb. oproep tot geweld of rassenhaat. Van Thillo wil dat voor hen dezelfde wetten gelden als voor uitgevers.

    Siada El Ramly, die de internetplatformen vertegenwoordigd, heeft hier een andere mening over. Zij werkt voor een koepelorganisatie met onder meer Facebook, Google en Twitter als leden. Volgens haar zijn de internetbedrijven wel degelijk verantwoordelijk voor wat gepubliceerd wordt en moeten ze zich houden aan de wetten in alle Europese lidstaten en zijn er bovendien ook strenge gedragscodes. Minister De Croo bevestigde dat de platformen inderdaad strafrechtelijke verantwoordelijkheid hebben. De aansprakelijkheid van journalistieke media gaat echter veel verder, want hier geldt ook de burgerrechtelijke aansprakelijkheid.

    Op de vraag of fake news dient te worden gereglementeerd, waren de meningen verdeeld. Het is echter wel duidelijk dat deze problematiek een gedeelde verantwoordelijkheid is van zowel de traditionele media, de regering, de platformen maar ook van de gebruikers zelf. Er dient vanuit de regering te worden ingezet op mediageletterdheid zodat de burgers kritisch kunnen redeneren en oordelen. Op deze manier kan fake news worden aangepakt waaruit iedereen voordeel haalt.

    Ook het verslag van de Europese Commissie bevestigt dat 74% van de bevraagden van mening is dat lezers zich onvoldoende bewust zijn van de stappen die moeten worden genomen om de waarheidsgetrouwheid van nieuws te verifiëren tijdens het lezen en delen van online nieuws Bovendien is 71% van deze bevraagden voorstander voor een verdere investering in opleidingen en het bewustmaken van nieuwsverificatie door de gebruikers met het oog op het kritischer beoordelen en gebruiken van online informatie.