Alle berichten over Vlaamse Nieuwsmedia

Featured

Bent u al op de hoogte van de nieuwe wetgeving inzake de bescherming van bedrijfsgeheimen?


Context

Door de toenemende digitalisering, globalisering, uitbestedingen en langere toeleveringsketens zijn er nieuwe vormen van samenwerking ontstaan tussen ondernemingen met als gevolg hiervan ook een toename in het onrechtmatig gebruik van bedrijfsgeheimen[1]. Veelal gaat het om nieuwe bedrijfsmodellen waarbij gebruik wordt gemaakt van zelfontwikkelde kennis en knowhow. Intellectuele eigendomsrechten (zoals vb. geoctrooieerde uitvindingen of content die door het auteursrecht wordt beschermd) spelen een belangrijke rol bij de bescherming van dergelijk innovatiebeleid.  Bedrijfsgeheimen kunnen echter eveneens een belangrijke economische waarde hebben voor een onderneming, zowel voor grotere ondernemingen, maar voornamelijk voor kleine, middelgrote en startende ondernemingen. Dit soort ondernemingen voldoen vaak niet aan de wettelijke voorwaarden voor intellectuele eigendomsrechten of beschikken niet over de financiële middelen om intellectuele eigendomsrechten te verwerven, beschermen en handhaven.

Anders dan bij intellectuele eigendomsrechten, is de houder van een bedrijfsgeheim niet de eigenaar van een exclusief recht ten aanzien van de betreffende creatie. Concurrenten en andere derden hebben daarom de vrijheid dezelfde creatie of hetzelfde idee uit te vinden, te ontwikkelen en te gebruiken. Bedrijfsgeheimen kunnen alleen wettelijk worden beschermd indien de vertrouwelijke informatie op onrechtmatige wijze werd verkregen (bijvoorbeeld door diefstal of omkoping). Niettemin moeten zij worden beschermd en wel om dezelfde reden die aan het bestaan van intellectuele eigendomsrechten ten grondslag ligt, namelijk om innovatie en creatie te stimuleren en inspanningen te belonen. Scheppers moeten in staat zijn zich te verweren tegen oneerlijke praktijken waarmee hun vertrouwelijke informatie onrechtmatig wordt verkregen en hier kosteloos gebruik van maken zonder de aan onderzoek of reverse-engineering verbonden kosten te maken.

In  verschillende Europese lidstaten was er geen uniform en samenhangend systeem ter bescherming van bedrijfsgeheimen. Dergelijk versnipperd systeem heeft een negatief effect op de grensoverschrijdende samenwerking en vormt een belangrijke belemmering voor de eengemaakte markt van Europa als een instrument voor innovatie en economische groei. Sommige landen beschikken reeds over een wettelijke omkadering maar de meeste landen, zoals België, bieden geen expliciete bescherming voor bedrijfsgeheimen. Een eenduidige definitie van het begrip ‘bedrijfsgeheim’ is in België dan ook nog niet voor handen. Om toch enige bescherming te vinden, moet er beroep worden gedaan op het gemeenrecht zoals de buitencontractuele aansprakelijkheid, het overeenkomstenrecht (vb. een geheimhoudingsbeding) of moet er op zoek worden gegaan naar zeer specifieke wettelijke beschermingsregimes zoals kan worden teruggevonden in het strafrecht, arbeidsrecht, vennootschapsrecht en het economisch recht. Door afwezigheid van één specifieke wetgeving bestaat het huidig beschermingsregime uit een amalgaan van bepalingen uit verschillende rechtstakken.

Europees kader

Het Europees Hof van Justitie erkent de bescherming van bedrijfsgeheimen als algemeen principe.[2] Naar aanleiding van dit arrest ontstond er binnen Europa een veelheid aan verschillende opvattingen over wat onder geheime bedrijfsinformatie moet worden verstaan. Bovendien zijn er op procedureel vlak tussen de verschillende Europese lidstaten verschillen (o.a. op het vlak van bewijslast, schadevergoedingen, conservatoire maatregelen…) en belemmeringen om het recht te handhaven.

Om deze redenen wenste de Europese Commissie de wetgeving inzake bedrijfsgeheimen binnen de Europese Unie te harmoniseren via een richtlijn zodat een doeltreffendere rechtsbescherming van bedrijfsgeheimen tegen het onrechtmatig gebruik binnen de Europese interne markt werd gecreëerd. De Richtlijn 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan is gebaseerd op de richtlijn 2004/48 van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten zonder het de bedoeling was om een nieuw intellectueel eigendomsrecht te creëren[3] ook al wordt er op procedureel vlak voorzien in gelijklopende maatregelen, procedures en rechtsmiddelen.

Dit wetgevend initiatief van de Europese Commissie lokte uit bepaalde hoeken negatieve reacties en bezorgdheden uit, voornamelijk bij journalisten die vreesden voor een inperking van hun journalistieke vrijheid omdat de richtlijn hen mogelijks zou belemmeren om nog informatie openbaar te maken. Op die manier zou er een risico op zelfcensuur ontstaan. Ook klokkenluiders zouden door de richtlijn in de problemen kunnen komen en zouden minder geneigd zijn om bepaalde conflictsituaties naar buiten te brengen. Vragen werden gesteld omtrent de bewijslast aangezien de vrees er was dat klokkenluiders en journalisten dienen te bewijzen dat geen bedrijfsgeheimen werden geschonden.

Na verschillende onderhandelingsrondes van de Europese instellingen werd uiteindelijk een compromistekst opgesteld waarbij uitdrukkelijk wordt rekening gehouden met het recht op vrije meningsuiting, de vrijheid van informatie en bescherming voor klokkenluiders. Het is de lidstaten wel toegelaten om een verder reikende bescherming te bieden aan bedrijfsgeheimen dan in de richtlijn is voorzien aangezien de richtlijn grotendeels een minimale harmonisatie is. Artikel 1 bepaalt echter wel dat van enkele bepalingen van de richtlijn niet kan worden afgeweken, waaronder de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie met inbegrip van de eerbiediging van de vrijheid en het pluralisme van de media. Op die manier wordt er deels tegemoetgekomen aan de bezorgdheid van de sector om de journalistieke vrijheid niet te bedreigen.

De Richtlijn creëert geen nieuw intellectueel eigendomsrecht of een exclusief verbodsrecht voor de houder van een bedrijfsgeheim, maar voorziet in een aantal gedragsnormen.  Hoewel er op procedureel vlak dus wordt voorzien in gelijkaardige maatregelen, procedures en rechtsmiddelen, mag de bescherming van bedrijfsgeheimen niet op dezelfde voet worden geplaatst als de bescherming van intellectuele eigendomsrechten.

De Richtlijn bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bepaalt het onderwerp en het toepassingsgebied van de richtlijn. Dit hoofdstuk bepaalt onder andere het principe van minimumharmonisatie (met uitzonderingen), en het bevat ook een aantal definities die mee het toepassingsgebied van de richtlijn bepalen. Belangrijk hierbij is de definitie van “bedrijfsgeheim”, welke woordelijk werd overgenomen van de TRIPS-Overeenkomst. Het tweede hoofdstuk bepaalt in welke gevallen het verkrijgen, gebruiken en openbaar maken van bedrijfsgeheimen respectievelijk rechtmatig of onrechtmatig is, alsook de uitzonderingen hierop. Het derde hoofdstuk bevat de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen die van toepassing zijn in het geval van het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim. Naast voorlopige en conservatoire maatregelen enerzijds en maatregelen die in een procedure ten gronde kunnen worden opgelegd, bevat dit hoofdstuk onder meer ook een aantal waarborgen voor de vertrouwelijkheid van gerechtelijke procedures met betrekking tot bedrijfsgeheimen, en de verplichting om in een verjaringstermijn te voorzien die niet langer is dan zes jaar. Het vijfde hoofdstuk ten slotte bevat een aantal slotbepalingen.

De Richtlijn definieert de term “bedrijfsgeheimen” als informatie die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:

  1. de informatie is geheim in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste  samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of  gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk  bezighouden met de desbetreffende soort informatie;
  2. de informatie bezit handelswaarde omdat zij geheim is; en
  3. de informatie is door de persoon die rechtmatig daarover beschikt onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden.

In sommige omstandigheden, zoals omschreven in artikel 5 van de richtlijn, kan het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim niet gesanctioneerd worden. In dergelijke gevallen heeft de vermeende houder van het bedrijfsgeheim geen enkel verhaal tegen de vermeende inbreukmaker. Het betreft de verkrijging, het gebruik of de openbaarmaking die plaatsvond voor :

  1. het uitoefenen van het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie zoals neergelegd in het Handvest, met inbegrip van de eerbiediging van de vrijheid en het pluralisme van de media;
  2. het onthullen van wangedrag, fouten of illegale activiteiten, op voorwaarde dat de verweerder handelde met het oog op de bescherming van het algemeen openbaar belang;
  3. het openbaar maken van het bedrijfsgeheim door werknemers aan hun vertegenwoordigers in het kader van de rechtmatige uitoefening van hun vertegenwoordigende functies overeenkomstig het Unie- of nationale recht, op voorwaarde dat deze openbaarmaking noodzakelijk was voor deze uitoefening;
  4. met het oog op de bescherming van een rechtmatig belang dat erkend is in het Unie- of nationale recht.

Deze uitzonderingen dienen te zorgen voor een evenwicht tussen enerzijds het beschermen van de belangen van de houders van bedrijfsgeheimen en anderzijds de belangen van andere derde partijen met betrekking tot deze bedrijfsgeheimen. In sommige landen zoals Frankrijk en Denemarken kwamen er vanwege de journalistenverenigingen protest naar aanleiding van de nationale implementatie van de Europese richtlijn. Volgens hen werd dit beoogde evenwicht niet bereikt aangezien het recht op informatie en de belangen van de burgers te zwaar werd ingeperkt ten voordele van de belangen van houders van bedrijfsgeheimen.

Belgische wetgeving

Op 19 januari 2018 keurde de regering in de ministerraad een voorontwerp van wet goed over de bescherming van bedrijfsgeheimen.

Op 12 juni 2018 werd het wetsontwerp betreffende de bescherming van bedrijfsgeheimen in de Kamer ingediend voor bespreking in de Commissie Bedrijfsleven.

In het Belgische recht bestond geen algemeen wettelijk kader voor de bescherming van bedrijfsgeheimen. Deze worden ook niet beschouwd als intellectuele eigendomsrechten. Wel zijn er een aantal wettelijke bepalingen die toelaten om in bepaalde situaties op te treden tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen, i.e. in het kader van de arbeidsrelatie, oneerlijke marktpraktijken of bv. artikel 1282 BW. Deze bepalingen zijn echter versnipperd en onvolledig. De meeste bepalingen van de richtlijn komen als zodanig niet voor in het Belgische recht. Dit wetsontwerp strekt er dan ook toe om de bepalingen vereist om de maatregelen, procedures en waarborgen waarin de richtlijn voorziet, in het Belgische recht in te voeren, om zo in deze materie over een modern en duidelijk juridisch kader te beschikken. Gelet op de aanwezigheid van een aantal bepalingen in het Belgische recht, het versnipperde karakter van deze bestaande bepalingen, en de groepering van de economische regelgeving in het Wetboek van economisch recht, is het volgens de indieners niet aangewezen in een op zichzelf staande wettekst te voorzien. Dit wetsontwerp voorziet daarom in een aantal wijzigingen die worden aangebracht aan het Wetboek van economisch recht (Boeken I, XI en XVII), aan het Gerechtelijk Wetboek en aan de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten Men heeft daarbij de bepalingen in de mate van het mogelijke gegroepeerd, met respect voor de indeling en structuur van de bestaande wetgeving. Daar waar het niet opportuun werd geacht om af te wijken van de formulering van de richtlijn, werd ervoor gekozen de bewoordingen van de richtlijn zo letterlijk mogelijk over te nemen. Wanneer het expliciet de bedoeling was om inhoudelijk van de richtlijn af te wijken, wordt deze benadering duidelijk aangegeven in de artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp.

Het wetsontwerp werd op 3 juli 2018 aangenomen in de Commissie Bedrijfsleven en op 19 juli  in plenaire vergadering. De wet betreffende de bescherming van bedrijfsgeheimen werd op 30 juli 2018 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

[1] Enkele voorbeelden: een formule, een bedrijfsprocedé, een recept, een marketingconcept,…

[2] HvJ C-53/85, AKZO Chemie en AKZO Chemie UK t. Commissie.

[3] Rechtsoverweging 16 van de richtlijn stelt expliciet dat gezien het belang van innovatie en om concurrentie te bevorderen, deze richtlijn geen exclusieve rechten mag vaststellen op knowhow of informatie die als bedrijfsgeheim is beschermd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *