Hof van Justitie van de Europese Unie spreekt zich positief uit over de Italiaanse implementatie van het uitgeversrecht
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 12 mei 2026 de prejudiciële vragen van de Italiaanse rechtbank over het uitgeversrecht beantwoord. Hierbij benadrukte zij de doelstelling van de richtlijn inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt (de zogenaamde “DSM Richtlijn”) en het uitgeversrecht, namelijk het beschermen van persuitgevers.
Op 17 april 2019 werd de DSM-richtlijn in het leven geroepen. Deze Europese richtlijn lanceerde een nieuw exclusief naburig recht voor persuitgevers, het uitgeversrecht, op basis waarvan online platformen de voorafgaande toestemming van de uitgever nodig hebben bij het online hergebruik van haar perspublicaties.
Na omzetting in het nationaal recht, kloppen de Europese persuitgevers, individueel of collectief, aan bij platformen zoals Google, Microsoft en Meta om licentieovereenkomsten te onderhandelen, tot nog toe met minimale resultaten.
In Italië en België voorzien de nationale omzettingen van de verplichtingen uit de DSM-richtlijn in bijkomende verplichtingen, die de platformen aanvochten, met de argumentatie dat deze bijkomende verplichtingen in strijd zouden zijn met hun vrijheid handel te drijven.
De Italiaanse omzetting voorziet dat platformen verplicht zijn te onderhandelen met persuitgevers, waarbij de platformen de zichtbaarheid van de content van de uitgevers in de resultaten niet mogen beperken, en de wet voorziet dat de platformen informatie moeten delen zodat een correcte vergoeding voor het hergebruik kan berekend worden. Indien er geen akkoord wordt bereikt, voorziet de omzetting een arbitragemechanisme waarbij de vergoeding bepaald wordt door de Italiaanse telecomautoriteit, AGCOM, die vrij was de criteria voor deze vergoeding vast te leggen.
Meta Platforms Ireland stelde een verzoek tot nietigverklaring in bij de Italiaanse administratieve rechtbank van Latium tegen zowel de Italiaanse omzetting alsook tegen de criteria zoals vastgelegd door AGCOM. Volgens Meta is de Italiaanse omzetting strijdig met de Europese richtlijn alsook de vrijheid van handel. De nationale rechter stelde in dat verband enkele prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft op 12 mei 2026 deze vragen beantwoord. Het Hof stelt dat:
- Persuitgevers vrij zijn om al dan niet toestemming te geven aan platformen om hun content al dan niet te gebruiken in ruil voor een vergoeding die zij passend achten, dan wel kosteloos. Daarnaast zijn platformen vrij de content niet te gebruiken: in dat geval hoeven zij ook geen vergoeding te betalen;
- Indien de bijkomende verplichtingen, in dit geval de verplichting om te onderhandelen alsook de verplichting tot het delen van informatie, het eerlijke verloop van de onderhandelingen verzekeren en bijdragen tot de doelstelling van de richtlijn om uitgevers te beschermen, zijn zij in lijn met de richtlijn.
- De bevoegdheden van AGCOM zijn toelaatbaar voor zover zij toezicht houden op de naleving van de richtlijn en ook hier de doelstelling in acht nemen om de rechten voor de uitgevers te waarborgen. Het Hof stelt dat dit een beperking vormt op de vrijheid van handel maar dat deze gerechtvaardigd en evenredig is in het licht van het doel van de richtlijn.
Deze uitspraak benadrukt het belang om persuitgevers de nodige tools te geven tijdens onderhandelingen om hun zwakkere positie ten opzichte van de platformen te verkleinen. Persuitgevers kunnen zich moeilijk weren tegen grote platformen en dan zijn verplichtingen zoals de verplichting te onderhandelen zonder dat de zichtbaarheid van content wordt ingeperkt, alsook de verplichting informatie te verschaffen, noodzakelijk. Wanneer geen consensus over een vergoeding wordt bereikt, is het ook van belang dat er een instantie is die wel een dergelijke beslissing kan maken.
De zaak wordt nu terug doorverwezen naar de Italiaanse rechtbank die op basis van de antwoorden van het Hof van Justitie van de Europese Unie zal oordelen of de Italiaanse omzetting inderdaad kan worden behouden.
De Belgische omzetting (wet van 19 juni 2022) voorziet eveneens in een geschillenbeslechtingsprocedure alsook in informatieverplichtingen om de waarde van het uitgeversrecht te kunnen bepalen. Begin 2023 dienden zowel Google als Meta een beroep tot vernietiging tegen deze aspecten in bij het Grondwettelijk Hof, en werden ook door het Grondwettelijk Hof verschillende prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Hoewel het Hof zich nog niet heeft uitgesproken in de Belgische zaak, kan worden verwacht dat het arrest van 12 mei 2026 een invloed zal hebben. Er is nog geen duidelijkheid wanneer de conclusie van de advocaat-generaal wordt verwacht, noch de finale uitspraak van het Hof.



